Start je met scanning in je productie of magazijn, dan moet je wifi meer kunnen dan op kantoor. Een handscanner beweegt voortdurend en schakelt onderweg van het ene accesspoint naar het andere. Dat overschakelen moet snel en ongemerkt gebeuren, ook tussen hoge rekken en in de koelcel. Een netwerk voor scanning ontwerp je daarom op de plekken waar gescand wordt, met voldoende overlap tussen de accesspoints en afgestemd op het oudste toestel dat je gebruikt.
Op kantoor zit een laptop meestal een hele dag in de buurt van hetzelfde accesspoint. Een handscanner niet. Een orderpicker loopt de gangen af, een heftruckchauffeur rijdt van de hal naar de laadkade. Onderweg moet het toestel telkens overschakelen naar een accesspoint dat dichterbij hangt. Dat heet roaming.
Gaat dat overschakelen traag, dan merkt de medewerker het meteen: de scan blijft hangen, het scherm laadt niet of de toepassing vraagt om opnieuw verbinding te maken. Eén keer is dat een ergernis. Honderd keer per dag kost het tijd en zorgt het voor fouten in je voorraad.
Ook de fabrikanten van handscanners zien dat een stabiele wifiverbinding in magazijnen en distributiecentra een uitdaging is. Hoe meer toestellen er op de vloer bijkomen, zoals scanners, wearables en zelfrijdende robots, hoe meer het netwerk moet aankunnen.
Een scan is meer dan een piepje. Elke scan werkt je voorraad, je orders of je lotnummers bij in de ERP-software die erachter zit. Valt de verbinding weg op het moment dat er gescand wordt, dan hangt het van die software af wat er met de scan gebeurt. Wie het netwerk ontwerpt, moet dus ook weten hoe de toepassing op de scanner omgaat met een onderbroken verbinding.
b-inside koppelt zelf handscanners aan Foodtrace, het eigen ERP-pakket voor de voedingssector. Daardoor weten we welke gegevens een scanner doorstuurt en wat er gebeurt als de verbinding even wegvalt. Die kennis zetten we ook in bij bedrijven die met andere software werken.
Een netwerk kan op het plan perfect lijken en toch tekortschieten tussen twee rekken, op de laadkade of achter de deur van een koelcel. Voor scanning telt het signaal op de plek waar de scanner gebruikt wordt, op de hoogte waarop hij gebruikt wordt.
De verschillende leveranciers van handscanners hebben duidelijke richtlijnen. Het signaal moet op elke plek in het gebouw sterk genoeg zijn, ook achteraan in de gang en op de laadkade. Het moet ook zeer goed boven de ruis in de omgeving uitkomen. En de zones van de accesspoints overlappen elkaar ruim, zodat een scanner altijd al een volgend accesspoint ziet voor het vorige wegvalt. Een meting tijdens de sitesurvey en na de installatie toont of je netwerk die lat haalt.
Een accesspoint dat harder zendt, lijkt een eenvoudige oplossing voor zwakke plekken. In de praktijk werkt het omgekeerd. Accesspoints die te luid zenden, storen elkaar, en een scanner blijft dan te lang hangen aan een accesspoint dat ver weg staat. We raden ook aan om een kanaal, waarop de accesspoint met de toestellen communiceert, niet voor meer dan de helft te belasten.
Matthijs Deparck, netwerkexpert bij b-inside
Scanning valt of staat met een verbinding die je niet opmerkt. Neem het netwerk daarom mee vanaf de eerste plannen, niet pas wanneer de eerste scanners geleverd worden. Bekijk de scanners, de wifi en de software die de scans verwerkt ook samen. Dan hoeft niemand naar een andere partner te wijzen als een scan niet aankomt.
Bij b-inside zit dat onder één dak. Vanuit onze kennis van netwerken en scanning zoeken we samen met jou de scanners die het best passen bij je specifieke situatie, en bouwen we de wifi die ze nodig hebben.
We begeleiden je project van de sitesurvey tot de oplevering, en testen of de verbinding standhoudt op de plekken waar het telt. Loopt er daarna een probleem langer, dan volgt een van onze productexperts het persoonlijk op tot het van de baan is. Op onze pagina over bedrijfsnetwerken lees je hoe we dat aanpakken.
Een netwerk dat sterk genoeg is op elke plek waar gescand wordt, met voldoende overlap tussen de accesspoints, zodat een scanner ongemerkt kan overschakelen. Stem het ontwerp af op het oudste toestel dat je gebruikt, en controleer met een meting na de installatie of de verbinding standhoudt.
Vaak loopt het mis op het moment dat de scanner overschakelt naar een ander accesspoint. Gaat dat traag, dan blijft de scan hangen of vraagt de toepassing om opnieuw verbinding te maken. Andere oorzaken zijn zwakke plekken tussen de rekken of achter de deur van een koelcel, accesspoints die te luid zenden, of een netwerk dat niet is afgestemd op de scanners die je gebruikt.
Dat kan, maar het is een zone waar het signaal vaak tekortschiet. Neem de koelcel en de vriescel daarom op als aparte zone wanneer je in kaart brengt waar er gescand wordt. Meet er na de installatie of de verbinding standhoudt.
Een sitesurvey bepaalt waar de accesspoints moeten komen, afgestemd op je gebouw en je toestellen. Na de installatie toont een meting of de verbinding standhoudt op de plekken waar het telt. Zo weet je vooraf of het netwerk klaar is voor scanning, en hoef je achteraf geen accesspoints bij te plaatsen.
Een vraag over ons aanbod? Een technisch probleem?
Neem contact met ons op via: